1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

  3. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;

  4. houtopstand die gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt, die;

  5. ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;

  6. ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;

  7. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van ons college.

  8. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

  9. de natuurwaarde van de houtopstand;

  10. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

  11. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

  12. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

  13. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

  14. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  15. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  16. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.