1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, behoudens hoofdstuk 3, zijn belast

    1. de politieambtenaren, ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn toevertrouwd;

    2. de ambtenaren die krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn belast met de toezicht van de bij of krachtens die wet gegeven voorschriften;

    3. de ambtenaren die krachtens de Wegenverkeerswet 1994 zijn belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens die wet gegeven voorschriften;

    4. de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 3 (Prostitutie Controle Team);

    5. de ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee, ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn toevertrouwd.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht.