1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag reclame-uitingen te voeren.

  2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 is voor reclame-uitingen op grond van deze verordening geen vergunning nodig als:

  1. de reclame-uiting past binnen het door het college vastgestelde beleid omtrent reclame-uitingen; en

  2. geen omgevingsvergunning is vereist voor de activiteit bouwen en/of monumenten.

  1. Als een omgevingsvergunning is vereist voor de activiteit ‘reclame’, zal deze worden geweigerd als:

  1. de reclame-uiting in strijd is met het bestemmingsplan, de bouwverordening of het Bouwbesluit; en/of

  2. de reclame-uiting niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; en/of

  3. de reclame-uiting het verkeer in gevaar brengt; en /of

  4. de reclame-uiting ernstige hinder veroorzaakt voor de omgeving;

  5. de reclame-uiting schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg.

  1. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de openbare plaats is in ieder geval sprake wanneer:

  1. niet tenminste een vrije doorgang van 2,90 meter wordt gelaten op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer;

  2. niet tenminste een vrije doorgang van 1,20 m wordt gelaten op voetpaden, waarbij de afstand van voorwerpen tot ‘harde punten’, zoals lichtmasten, verkeersborden en andere paaltjes, minimaal 0,90 m mag bedragen.