Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Paragraaf Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Paragraaf Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden
Paragraaf Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Paragraaf Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden

Artikel 2:38a

Definities

  1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

  2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Artikel 2:39

Speelgelegenheden

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of artikel 2.40.2.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

    1. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

    2. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

  4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40

Kansspelautomaten

  1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

  2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Artikel 2:40.1

Definities speelautomatenhallen

In de artikelen 2:40.2. tot en met 2:40.9 wordt verstaan onder:

  1. de wet: de Wet op de kansspelen;

  2. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;

  3. behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet;

  4. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;

  5. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;

  6. ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  7. beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;

  8. openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;

Artikel 2:40.2

Vergunningplicht.

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

  2. De burgemeester kan voor maximaal 1 speelautomatenhal een vergunning verlenen.

  3. De vergunning als bedoeld in lid 2 kan worden verleend voor ten hoogste 120 speelautomaten, waarbij het totaal aantal spelersplaatsen niet hoger mag zijn dan 120.

  4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40.3

Vergunningaanvraag.

De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:

  1. een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld;

  2. een bewijs van inschrijving bij de kamer van koophandel en fabrieken;

  3. een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken;

  4. een verklaring omtrent het gedrag;

    • van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de (eventueel bij te voegen) statuten vertegenwoordigt(en) en

    • van de beheerder.

Artikel 2:40.4

Beslissingstermijn.

De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen.

De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.

Artikel 2:40.5

Voorschriften.

  1. De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar.

  2. In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.

  3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden.

    Deze hebben in elk geval betrekking op:

    1. de sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    2. het toezicht in de speelautomatenhal;

    3. het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

    4. het aantal spelersplaatsen;

    5. de exploitatie van de hal.

Artikel 2:40.6

Weigeringsgronden.

De vergunning wordt geweigerd als:

  1. het aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is verleend;

  2. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is;

  3. de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet bereikt heeft (hebben) bereikt;

  4. de ondernemer of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijk Wetboek;

  5. de ondernemer of de beheerder (s) in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  6. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

  7. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het omgevingsplan.

Artikel 2:40.7

Vervallen vergunning

  1. Als een overeenkomstig artikel 2.40.5, tweede lid, in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer onder overlegging van de in artikel 2.40.3, onder d, genoemde bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen 14 dagen nadat de in artikel 2.40.3. bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is verzonden.

  2. De vergunning vervalt als de beslissing op een aanvraag voor een nieuwe vergunning voor het vestigen dan wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan wel als geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2:40.8

Intrekkingsgronden

  1. De burgemeester kan de vergunning intrekken:

    1. als blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

    2. als de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2.40.6 onder e;

    3. als gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;

    4. als de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.

  2. Intrekking van de vergunning geschiedt niet, spoedeisende gevallen uitgezonderd, voordat de vergunninghouder bij aangetekende brief van dit voornemen in kennis is gesteld. Daarbij wordt hem medegedeeld, dat hij in de gelegenheid wordt gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door de burgemeester of een door deze aangewezen ambtenaar te worden gehoord.

Artikel 2:40.9.

Voortzetting exploitatie

  1. Als een ondernemer komt te overlijden dient, als voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen drie maanden een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.

  2. In alle gevallen van wisseling van ondernemer dient binnen 4 weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.

  3. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder