1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, dan wel met het oog op verstoring van de openbare orde:

    1. zich hinderlijk te gedragen;

    2. personen lastig te vallen;

    3. te vechten;

    4. deel te nemen aan een samenscholing;

    5. onnodig op te dringen; of

    6. door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.

  2. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien ernstig gevaar dreigt voor het ontstaan van wanordelijkheden een voorwerp of stof bij zich te hebben op de in het eerste lid genoemde plaatsen met de kennelijke bedoeling om de openbare orde te verstoren.