(Vervallen)
Algemene plaatselijke verordening Noord-Beveland 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling Parkeerexcessen en stopverbod
Afdeling Collecteren
Afdeling Standplaatsen
Afdeling Snuffelmarkten
Afdeling Openbaar water en waterstaatswerken
Afdeling BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE HET STRAND
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Vuurverbod
Afdeling Verstrooiing
Afdeling Gevonden voorwerpen
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 5:5
Voertuigwrakken
-
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:6
Kampeermiddelen en andere voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8
Grote voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
-
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
-
Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
-
Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9
Uitzichtbelemmerende voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
-
Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
-
Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Artikel 5:11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
-
Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte.
-
Dit verbod is niet van toepassing op:
de weg;
voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;
voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:12
Overlast van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Artikel 5:13
Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
-
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:
in besloten kring, of;
door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:14
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
-
Onder venten wordt niet verstaan:
het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:15
Ventverbod
-
Het is verboden te venten tussen 22.00 uur en 06.00 uur.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;
het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
Artikel 5:16
(Vervallen)
Artikel 5:17
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
-
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
een vaste plaats ten behoeve van en ondergeschikt aan boerderijverkoop.
Artikel 5:18
Standplaatsverbod en uitzonderingen
-
Het is verboden een standplaats in te nemen of te hebben met uitzondering van de volgende locaties en bijbehorende dagen en tijdstippen:
In de kern Kortgene kan op de zaterdagen standplaats worden ingenomen op de volgende locatie:
Standplaats kan worden ingenomen van 06.00 uur tot 22.00 uur op het terrein aan de Hoofdstraat/Kaaistraat kadastraal gelegen binnen gemeente Kortgene sectie F nr. 2331 en nr. 2518 zoals aangegeven op bijlage 1.
Gebruik van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening dient schriftelijk te worden aangevraagd.
De tarieven van Delta zijn van toepassing op gebruik van de voorzieningen als bedoeld onder b.
In de kern Geersdijk kan op de vrijdagen standplaats worden ingenomen op de volgende locatie:
Standplaats kan worden ingenomen van 06.00 uur tot 22.00 uur op het terrein aan de Geersdijkseweg kadastraal gelegen binnen gemeente Wissenkerke sectie V nr. 104 zoals aangegeven op bijlage 2.
Gebruik van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening is op deze locatie niet mogelijk.
In de kern Kamperland kan op de donderdagen standplaats worden ingenomen op de volgende locatie:
Standplaats kan worden ingenomen van 06.00 uur tot 22.00 uur op het terrein aan het Alexiaplein kadastraal gelegen binnen gemeente Wissenkerke sectie B nr. 1744 zoals aangegeven op bijlage 3.
Gebruik van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening dient schriftelijk te worden aangevraagd.
De tarieven van Delta zijn van toepassing op gebruik van de voorzieningen als bedoeld onder b.
In de kern Wissenkerke kan op de dinsdagen standplaats worden ingenomen op de volgende locatie:
Standplaats kan worden ingenomen van 06.00 uur tot 22.00 uur op het terrein aan de Voorstraat kadastraal gelegen binnen gemeente Wissenkerke sectie L nr. 1904 zoals aangegeven op bijlage 4.
Gebruik van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening is op deze locatie niet mogelijk.
In de kern Kats kan op de woensdagen standplaats worden ingenomen op de volgende locatie:
Standplaats kan worden ingenomen van 06.00 uur tot 22.00 uur op het terrein aan de Noordlangeweg kadastraal gelegen binnen gemeente Kortgene sectie G nr. 273 zoals aangegeven op bijlage 5.
Gebruik van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening is op deze locatie niet mogelijk.
In de kern Colijnsplaat kan op de maandagen standplaats worden ingenomen op de volgende locatie:
Standplaats kan worden ingenomen van 06.00 uur tot 22.00 uur op het terrein aan de Oude Haven kadastraal gelegen binnen gemeente Kortgene sectie H nr. 1237 zoals aangegeven op bijlage 6.
Gebruik van gemeentelijke water- en elektriciteitsvoorziening dient schriftelijk te worden aangevraagd.
De tarieven van Delta zijn van toepassing op gebruik van de voorzieningen als bedoeld onder b.
-
Het college kan binnen de bebouwde kom ontheffing verlenen van het in lid 1 gestelde verbod in het kader van de leefbaarheid van de kernen, mits dit niet in strijd komt met het omgevingsplan
Artikel 5:18a
Nadere regels
Het college kan nadere regels ten aanzien van standplaatsen vaststellen.
Artikel 5:19
Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder ontheffing van het college standplaats wordt of is ingenomen, tenzij er sprake is van een van de uitzonderingen als genoemd in artikel 5:18 lid 1 sub a tot en met f.
Artikel 5:20
Afbakeningsbepalingen
-
Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
-
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Artikel 5:21
(Vervallen)
Artikel 5:25
Ligplaats vaartuigen
-
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
-
Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;
beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
-
Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
-
De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Artikel 5:26
(Vervallen)
Artikel 5:27
24 uursregeling
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 5:25 is het verboden met een vaartuig langer dan 24 uur een anker- of een ligplaats of een ligplaats aan een openbare steiger in te nemen, die beheerd wordt door of namens een overheidsorgaan.
-
Wanneer met een vaartuig binnen 24 uur een anker- of ligplaats wordt ingenomen op dezelfde plaats of op een plaats op minder dan 150 meter van de vorige anker-, ligplaats of openbare steiger, dan wordt geacht dat het vaartuig niet is verplaatst.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid opgenomen verbod.
-
Het verbod geldt niet voor vaartuigen van de politie, Rijkswaterstaat, Domeinen en andere rijksdiensten en vaartuigen voor openbare werken.
Artikel 5:28
Beschadigen van waterstaatswerken
-
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 5:29
Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5:30
Veiligheid op het water
-
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:31a
Begripsomschrijving
Tenzij anders bepaald wordt in deze afdeling verstaan onder:
strand:
het Noordzeestrand met het onmiddellijk langs dit strand gelegen gedeelte van de zee, dat als openbare plaats geldt;
het Oosterscheldestrand met het onmiddellijk langs dit strand gelegen gedeelte van de Oosterschelde, dat als openbare plaats geldt;
het Veerse Meerstrand met het onmiddellijk langs dit strand gelegen gedeelte van het Veerse Meer, dat als openbare plaats geldt.
zee: het gedeelte van de Noordzee en de Oosterschelde, dat gelegen is binnen de gemeentegrenzen;
meer: het gedeelte van het Veerse Meer, dat gelegen is binnen de gemeentegrenzen;
duinen: de stroken zandheuvels langs de zee of het meer;
water- en zeeweringen: dammen, dijken met hellingen en aanzetten, dienende tot wering van de zee, meer of binnenwater, en kennelijk niet ingericht als een voor het openbaar rij- en ander verkeer openstaande weg;
laagwaterlijn: de lijn tot waar het water van de zee bij eb gemiddeld zakt.
veiligheidslijn: grens tot aan de Oosterscheldekering waar gezien de veiligheid niet gezwommen mag worden.
Artikel 5:31b
Algemene verplichtingen
Een ieder is verplicht:
zich onmiddellijk op het strand te verplaatsen of dit te verlaten, wanneer de politie of een door de burgemeester aangewezen ambtenaar dit vordert;
onmiddellijk de zee te verlaten, wanneer hem dit door de politie, leden van de strandreddingsbrigade of een door het college aangewezen ambtenaar wordt bevolen;
de door leden van de strandreddingsbrigade, door de strandexploitant of door middel van borden en vlaggen gegeven aanwijzingen onmiddellijk op te volgen.
Artikel 5:31c
Algemene verboden
Het is verboden:
zich binnen een voor baders en zwemmers bestemd en daartoe afgebakend gedeelte van de zee, met een luchtbed, rubberband, rubberboot of een ander klein drijf-middel in zee te begeven of te bevinden, wanneer door middel van vlaggen, korven of borden het gebruik van drijfmiddelen voor dat gedeelte van de zee is verboden;
zich in zee te bevinden dichter dan 650 meter bij de Oosterscheldekering, al dan niet met een vaartuig;
zich in zee te bevinden op die plaatsen en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die door middel van een rode signaalvlag of op andere wijze als verboden zijn aangeduid;
op het strand op hinderlijke wijze afsluitingen te maken of lijnen te spannen of het verkeer op andere wijze in enig opzicht te belemmeren;
een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe op het strand aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor direct gebruik ongeschikt te maken;
op het strand spel of sport uit te oefenen of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daardoor gevaar of overlast voor personen, dan wel beschadiging van goederen kan ontstaan;
zich op het strand te bevinden met een hond welke niet aangelijnd is tussen 1 mei tot 1 oktober tussen 10.00 uur en 19.00 uur.
Artikel 5:31d
Wind-, golf- en kitesurfen
Het is verboden gedurende het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober te wind-, golf- en kitesurfen in de Noordzee dan wel op het strand materialen daarvoor aanwezig te hebben op andere dan door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 5:31e
Vaartuigen
-
Het is verboden:
met een vaartuig voorzien van een motor en/of voorzien van de mogelijkheid om middels de wind te worden voortbewogen te varen binnen een afstand van 200 meter, gemeten vanaf de laagwaterlijn van enig strandgedeelte in de gemeente Noord-Beveland, of zich aldaar te bevinden, behoudens de locaties die aangewezen zijn om aan en af te meren;
met een vaartuig voorzien van een motor zich vanaf het strand in zee te begeven of zich vanaf de zee op het strand te begeven;
tussen 08.00 uur en zonsondergang met een vaartuig met een hogere snelheid dan 16 km/h te varen binnen een afstand van 50 meter vanaf de waterlijn ter hoogte van de voor recreatie opengestelde gedeelten van zeedijken en andere voor recreatie opengestelde gedeelten van zeedijken en andere voor recreatie opengestelde terreinen;
voorwerpen achter een vaartuig voort te slepen;
enige vorm van watersport te bedrijven of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daardoor gevaar of overlast ontstaat of kan ontstaan.
-
De in het eerste lid onder a t/m d gestelde verboden gelden niet voor vaartuigen ten dienste van de hulp- of overheidsdiensten of het reddingswezen.
Artikel 5:31f
Voertuigen
-
Het is verboden met een voertuig – niet zijnde een fiets – op het strand, in de duinen en op water- en zeeweringen te rijden, dan wel enig voertuig – niet zijnde een fiets – op het strand, in de duinen en op water- en zeeweringen mee te voeren, te plaatsen of te laten staan.
-
Van het in het eerste lid vermelde verbod zijn uitgezonderd de voertuigen:
ten dienste van de hulp- of overheidsdiensten, het reddingswezen of het onderhoud van het strand en de zeewering;
ten dienste van het opruimen en schoonhouden van het strand en de duinovergangen;
ten dienste van het plaatsen en weghalen van strandhuisjes en paviljoens.
Ten dienste van het redden van gewonde of ophalen van overleden (aangespoelde) dieren.
Artikel 5:31g
Rij/trekdieren
-
Het is verboden gedurende het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober op het strand tussen 10.00 uur en 19.00 uur met een rij- of trekdier te rijden of een dergelijk dier op het strand te hebben of te brengen.
-
Het is verboden gedurende het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober met een rij- of trekdier te rijden of met een dergelijk dier gebruik te maken van overgang 3 (Kavel 1), overgang 5 (Hoofdstrand) en overgang 6 (Duindoornpad).
Artikel 5:31h
Vissen
-
Het is gedurende het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober en tussen 10.00 uur en 19.00 uur verboden vanaf het strand te vissen.
-
In afwijking van lid 1 is toegestaan vanaf de veiligheidslijn tot aan de Oosterscheldekering vanaf het strand te vissen.
Artikel 5:31i
Vliegeren en extreme strandsporten
-
Het is gedurende het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober tussen 10.00 uur en 19.00 uur verboden:
op het strand en de nabij gelegen duinen te vliegeren op andere dan door het college aangewezen plaatsen;
zich in een wagentje of op een plank en dergelijke te laten voorttrekken door een vlieger, zeil of soortgelijke voorwerpen.
-
Onder vlieger als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een als speelgoed of sportartikel gebruikt voorwerp, bestaande uit een houten, kunststof of andere constructie, bespannen met papier, kunststof of doek, welke met twee of meer lijnen in de lucht wordt bestuurd.
Artikel 5:31j
Nachtverblijf
-
Het is verboden zich in een strandhuisje of –hokje op het strand te bevinden tussen 00.00 uur en 06.00 uur met het kennelijke doel daarin nachtverblijf te houden.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor strandhuisjes die door het college als slaaphuisje zijn aangemerkt en ook als zodanig gebruikt worden.
Artikel 5:31k
Ontheffingen
Het college kan van de in artikel 5:31d t/m f genoemde verboden ontheffing verlenen.
Artikel 5:31l
Algemene vergunningplichten
-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan op of aan het strand enige inrichting of bedrijf te exploiteren.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op inrichtingen of bedrijven die vallen onder artikel 3 van de Alcoholwet, artikel 5:15 of artikel 5:18 van deze verordening.
Artikel 5:32
Crossterreinen
-
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5:33
Beperking verkeer in natuurgebieden
-
Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
-
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen van overlast;
de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
de veiligheid van het publiek.
-
Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing:
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
-
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
-
Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
-
In afwijking van het bepaalde in lid 2 is het verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor openbaar recreatief gebruik beschikbare terreinen verlichting te ontsteken door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke en sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven aan te steken alsmede vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen gedurende de tijd dat door of namens de commandant van de regionale brandweer van de veiligheidsregio Zeeland bekend is gemaakt dat sprake is van een hoog risico of een zeer hoog risico.
Artikel 5:38
Detectorverbod
-
Het is verboden zich met een metaaldetector op een openbare plaats te bevinden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod.
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene aan wie ingevolge artikel 9.6 van de Erfgoedwet een opgravingsvergunning is verstrekt.