Het is verboden:

  1. zich binnen een voor baders en zwemmers bestemd en daartoe afgebakend gedeelte van de zee, met een luchtbed, rubberband, rubberboot of een ander klein drijf-middel in zee te begeven of te bevinden, wanneer door middel van vlaggen, korven of borden het gebruik van drijfmiddelen voor dat gedeelte van de zee is verboden;

  2. zich in zee te bevinden dichter dan 650 meter bij de Oosterscheldekering, al dan niet met een vaartuig;

  3. zich in zee te bevinden op die plaatsen en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die door middel van een rode signaalvlag of op andere wijze als verboden zijn aangeduid;

  4. op het strand op hinderlijke wijze afsluitingen te maken of lijnen te spannen of het verkeer op andere wijze in enig opzicht te belemmeren;

  5. een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe op het strand aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor direct gebruik ongeschikt te maken;

  6. op het strand spel of sport uit te oefenen of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daardoor gevaar of overlast voor personen, dan wel beschadiging van goederen kan ontstaan;

  7. zich op het strand te bevinden met een hond welke niet aangelijnd is tussen 1 mei tot 1 oktober tussen 10.00 uur en 19.00 uur.