1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 ook worden geweigerd :

    1. indien voor een A-evenement (regulier of laag-risico-evenement ) de aanvraag niet minimaal 8 weken voor de beoogde datum, waarop het evenement plaatsvindt, is ingediend, en hierdoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is of

    2. indien voor een B-evenement (aandacht of gemiddeld risico-evenement) en C-evenement (risicovol of hoog risico-evenement) de aanvraag niet minimaal 26 weken voor de beoogde datum, waarop het evenement plaatsvindt, is ingediend, en hierdoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. of

    3. indien voor een B-evenement (aandacht of gemiddeld risico-evenement) of voor een C-evenement (risicovol of hoog risico-evenement) dat plaatsvindt in de periode van 15 juni tot en met 15 september waarvoor een grote inzet wordt gevergd van overheidsdiensten de aanvraag niet minimaal vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het beoogde evenement plaatsvindt is ingediend en hierdoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.