1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. In afwijking van het eerste lid, gelden besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, als besluiten genomen krachtens deze verordening, met dien verstande dat met ingang van 1 september 2026 de gewijzigde sluitingstijden als genoemd in 2:29a en de gewijzigde schenktijden als genoemd in 2:34b en 2:34c prevaleren boven de in die besluiten opgenomen sluitingstijden en schenktijden.