1. In dit artikel wordt verstaan onder:

    1. plantsoen: met bomen en/of struiken beplant terrein;

    2. park: uitgestrekt terrein, meestal door vijvers en kunstmatige aanleg verfraaid of afgeperkte ruimte waar dieren in het wild leven;

    3. groenstrook: groenvoorziening als onderdeel van de weg.

  2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde plantsoenen en door het college aangewezen parken, groenstroken en grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.