1. De houder van een openbare inrichting is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de openbare inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de openbare inrichting brengen.

  2. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, tijdens de door het college aangewezen periodes, drinkgerei van glas of geopende flessen van glas die kennelijk zijn bestemd voor het bewaren van drank bij zich te hebben of met zich mee te voeren.

  3. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:

    1. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet of waarvoor een vergunning geldt als bedoeld in artikel 2:28;

    2. een andere plaats dan een openbare inrichting als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

  4. Het in het tweede lid opgenomen verbod geldt niet voor glaswerk dat zodanig is verpakt dat het niet voor onmiddellijk gebruik kan worden aangewend.