1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

  3. De vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop wordt verleend voor een periode van 5 jaar.

  4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of

    2. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:

    1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. zorginstelling;

    3. museum of bliotheek;

    4. bedrijfskantine of -restaurant of

    5. een bed- en breakfast voor maximaal 6 personen, zonder kookgelegenheid en ondergeschikt aan de woonfunctie.

  6. Onverminderd het gestelde in het vierde en vijfde lid kan de burgemeester de ingebruikname van een openbare plaats voor een terras weigeren indien het beoogde gebruik en de beoogde plaatsing in strijd is met artikel 3.4.1.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving.

    a.

  7. De burgemeester kan een of meer soorten openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente aanwijzen waarvoor het gestelde in artikel 2:28 niet geldt.

  8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.