1. Voor de in artikel 3, eerste lid en artikel 14, eerste lid van de Alcoholwet vervatte verboden geldt ten aanzien van het houden van proeverijen in slijterijen een algemene vrijstelling, als bedoeld in artikel 25e van de Alcoholwet.

  2. De burgemeester kan beperkingen opleggen ten aanzien van de in lid 1 genoemde algemene vrijstelling.