1. Het is verboden zich gemaskerd, vermomd of anderszins onherkenbaar gemaakt te bevinden op een openbare plaats.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. Het verbod is voorts niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vermomming niet geschiedt met het doel de openbare orde te verstoren.

  3. Ieder die het in het eerste lid vervatte verbod overtreedt is verplicht zich duidelijk herkenbaar te maken, als een politieambtenaar of buitengewoon opsporingsambtenaar dit vordert.