1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    1. [vervallen]

    2. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    3. kweekgoed;

    4. Houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.12d;

    5. Houtopstand met een stamomtrek van ten hoogste 100 cm, gemeten op 1.30 meter hoogte boven de grond;

  3. Het is verboden om buiten de bebouwde kom zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een landschapselement, geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen;

  4. In geval van velling ten behoeve van onderhoud in een bosperceel, kan de inhoud van de vergunning bestaan uit een na overleg met het bevoegd gezag vastgesteld doel en eindbeeld van de vellingswerkzaamheden.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.