1. Het is verboden in de openlucht carbid te schieten.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet in de volgende gevallen:

    1. voor zover carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de bebouwde kom waarbij:

      • gebruik gemaakt wordt van een melkbus;

      • gebruikt wordt gemaakt van een bus met een maximale inhoud van 30 liter;

      • geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;

      • binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaal niet meer dan zes bussen worden gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten;

      • de plaats vanwaar wordt geschoten is gelegen op een afstand:

        1. van tenminste 50 meter van openbare paden en/of wegen;

        2. van tenminste 75 meter van woonbebouwing;

        3. van tenminste 150 meter van inrichtingen van intramurale zorg;

        4. van tenminste 150 meter van bebouwing mede bedoeld en in gebruik voor het houden van dieren.

      • het vrijschootsveld tenminste 75 meter bedraagt en daarin geen openbare paden en/of wegen zijn gelegen;

      • binnen het vrijschootsveld van 75 meter zich geen publiek mag bevinden;

      • er dient geschoten te worden in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde bebouwing is gelegen;

      • het terrein zodanig dient te zijn afgezet dat toeschouwers niet in de schietrichting kunnen komen;

      • het schietterrein na zonsondergang goed verlicht wordt;

      • op het terrein waar met carbid wordt geschoten tenminste één persoon van 18 jaar of ouder aanwezig is, niet onder invloed zijnde van alcohol of drugs, welke verantwoordelijk is voor de naleving van deze bepalingen en door het dragen van een oranjekleurig hesje duidelijk herkenbaar is;

      • hiervan ten minste 48 uur voorafgaand aan 31 december melding is gedaan aan het college;

      • er geen busdeksels of andere gevaarzettende voorwerpen worden weggeschoten;

      • het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen zodanig is dat daardoor geen schade aan mens, dier of goed kan worden veroorzaakt.

  3. Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid niet van toepassing is.

  4. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  5. Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.