1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak op gebied van kunst, ontwikkeling, ontspanning, sport alsmede herdenkingsplechtigheden, tentoonstellingen, optochten, kermissen, circussen, filmopnamen en feesten, met uitzondering van:

    1. bioscoopvoorstellingen;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet

    3. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    6. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 van deze verordening.

  3. Onverminderd het bepaald in artikel 1.8 kan de vergunning ook worden geweigerd in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;

    3. de zedelijkheid of gezondheid.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en in het derde lid weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van het evenement, welke behoort tot door de burgemeester aan te wijzen categorieën, in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  5. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  6. Met een melding voor een evenement kan worden volstaan, indien:

    1. Het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;

    2. Het evenement tussen 9.00 uur en 24.00 uur plaatsvindt en maximaal 2 dagen duurt;

    3. Er geen geluidsoverlast ontstaat;

    4. Het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, tenzij er sprake is van een doodlopende weg of een parkeerplaats. Bij afsluiting(en) van een doodlopende weg dient dit te gebeuren met zogenaamde schrikhekken voorzien van C1-bebording conform het RVV 1990;

    5. Het evenement mag geen belemmering vormen voor het verkeer en/of hulpdiensten;

    6. Slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van 25 m2 per object.

    7. Er sprake is van wandel- en/of fietstochten, die plaatsvinden bij daglicht, zonder wedstrijdelement, waarbij geen verkeersmaatregelen moeten worden genomen en waarbij niet meer dan 250 deelnemers zijn.

  7. Met een melding kan eveneens worden volstaan indien er sprake is van een buurt- of straatfeest, waarbij:

    1. Het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

    2. Het evenement eendaags is en tussen 9.00 uur en 24.00 uur plaatsvindt;

    3. Er geen geluidsoverlast ontstaat;

    4. Het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan. Een uitzondering geldt wanneer er sprake is van een woonerf, doodlopende straat, parkeerplaats of weg binnen een 30 km/h-zone waarbij er geen sprake is van een busroute of omleidingsroute. Een afsluiting van een dergelijke weg dient te gebeuren met zogenaamde schrikhekken voorzien van C1-bebording conform het RVV 1990;

    5. De activiteiten geen gevaar vormen voor de verkeersveiligheid en de hulpdiensten niet belemmeren;

    6. Geen verkeersomleidingen noodzakelijk zijn;

    7. Slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van 25 m2 per object.

  8. De organisator dient ten minste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan de melding te doen aan de burgemeester.

  9. De burgemeester kan nadere regels stellen inhoudende voorschriften die met de activiteit als bedoeld in het zesde en zevende lid in acht dienen te worden genomen.

  10. De burgemeester kan gelet op de in lid 3 genoemde belangen het gemelde evenement verbieden.

  11. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  12. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.