1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek binnen een bedrijfsgebouw gelden de standaardwaarden zoals bedoeld in de artikel 22.63 van het Omgevingsplan van Leusden (zie tabel 2), met dien verstande dat:

    1. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;

    2. bij het toetsen aan de standaardwaarden wordt er geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.

    3. Bij het toetsen van muziekgeluid wordt er 10 dB(A) op het gemeten geluidniveau opgesteld.

    4. LAeq wordt gemeten met een middelingstijd van 1 min in de meterstand Fast. Muziekgeluiden veroorzaakt door een bedrijf worden op de gevel(s) van geluidgevoelige gebouwen getoetst of op 50 meter afstand van de erfgrens van het bedrijf, indien er geen woning binnen de genoemde afstand aanwezig is.

  2. Tabel

  3. Voor de duur van 2 x 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

  4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

  5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.