1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de in artikel 3 van de Opiumwet bedoelde lijst II genoemde middelen hasjiesj, hennep voor zover het totaal gewicht dat iemand van deze stoffen bij zich heeft niet groter is dan 5 gram, behoudens voor zover het gebruik van deze middelen op grond van artikel 2.47a is verboden op openbaar toegankelijke speeltuinen en schoolpleinen.