1. De standaardwaarden bedoeld in artikel 22.63 van het Omgevingsplan Leusden en artikel 4:5 van deze APV gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in paragraaf 22.3.22 artikel 22.239, eerste lid van het Omgevingsplan Leusden gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente.

  4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  6. Het equivalente geluidniveau LAeq en LCeq veroorzaakt door muziekgeluid tijdens een collectieve festiviteit mag niet meer dan 80 dB(A) en 93 dB(C) bedragen, gemeten (met een middelingstijd van 1 minuut in de meterstand Fast) op de gevel van een gevoelig gebouw op een hoogte van 1,5/5 meter of op 50 meter afstand van de locatie, indien er geen geluidgevoelig gebouw binnen de genoemde afstand aanwezig is.

  7. De geluidwaarden, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek.

  8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de standaardwaarden, zoals bedoeld in de artikel 22.63 van het Omgevingsplan van Leusden en artikel 4:5 van deze APV, uiterlijk om 24.00 uur beëindigd.

  9. Bij de beoordeling van muziekgeluid wordt er bij collectieve festiviteiten geen straffactor/bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid toegepast.