Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard 2018 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op horecagelegenheden
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en horecawet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheid
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op horecagelegenheden

Artikel 2:27

Definities

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. Openbare inrichting:

      1. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, take away en maaltijdbezorging;

      2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid dan wel gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar te verkrijgen, af te halen of te verbruiken.

    2. Terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

    3. exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden.

    4. leidinggevende: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een openbare inrichting.

  2. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, take away en maaltijdbezorging.

    Onder openbare inrichting wordt ook verstaan een bij deze openbare inrichting behorend terras en andere aanhorigheden.

  3. Exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden.

  4. Leidinggevende: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een openbare inrichting.

Artikel 2:28

Exploitatie openbare inrichting

  1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:

    1. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit en hiervoor dezelfde sluitingstijden gelden als voor de winkel;

    2. een zorginstelling;

    3. een museum, theater, bioscoop en een andere inrichting voor vermaak, waarvan de horeca alleen tijdens reguliere openingstijden of rondom voorstellingen geëxploiteerd wordt;

    4. een bedrijfskantine of –restaurant;

    5. een rouwcentrum, begraafplaats of crematorium.

    6. een kantine in een paracommerciële inrichting die wordt geëxploiteerd door die paracommerciële rechtspersoon.

  3. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:28a

Eisen leidinggevenden

Leidinggevenden

  1. hebben de leeftijd van 18 jaar bereikt;

  2. voldoen aan de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van het Alcoholbesluit;

  3. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

  4. staan niet onder curatele en zijn evenmin uit de ouderlijke macht of de voogdij ontzet.

Artikel 2:28b

Vergunningaanvraag

  1. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  2. Bij een aanvraag om vergunning wordt tenminste opgaaf gedaan van:

    1. de personalia dan wel zetel en het adres van de leidinggevende voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;

    2. de personalia en adresgegevens van iedere overige leidinggevende;

    3. het adres en de aard van de openbare inrichting.

Artikel 2:28c

Weigeringsgronden

  1. De burgemeester weigert de vergunning, als:

    1. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

    2. niet wordt voldaan het bepaalde in artikel 2:28a.

    3. een leidinggevende binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde of op grond van artikel 13b Opiumwet, gesloten is geweest.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als:

    1. naar zijn oordeel zich in of vanuit de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan of het aannemelijk is dat in de toekomst zich feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde of de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de openbare inrichting in deze of in andere openbare inrichtingen daarvoor aanleiding geeft.

Artikel 2:28d

Vergunning

  1. In de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de vergunninghouder;

    2. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;

    3. de situering en oppervlakten van het terras of de terrassen.

  2. In een aanhangsel bij de vergunning worden de leidinggevenden vermeld.

  3. De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel zijn in de openbare inrichting aanwezig.

Artikel 2:28e

Terras

  1. Ingeval de vergunningaanvraag ook betrekking heeft op één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen, beslist de burgemeester tevens omtrent de ingebruikneming van de openbare weg.

  2. De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren, als het de verwachting is dat het beoogde gebruik:

    1. schade toebrengt aan de openbare plaatst dan wel gevaar kan veroorzaken voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    2. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    3. afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.

  3. Als voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei andere reden zoals bijvoorbeeld een evenement of markt verwijdering van het terras noodzakelijk is, is de exploitant van de openbare inrichting verplicht dit binnen de door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn, te verwijderen.

Artikel 2:28f

Aanwezigheid leidinggevende

Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden als in de openbare inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning.

Artikel 2:28g

Wijziging leidinggevende

  1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te halen.

  2. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.

  3. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  4. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2:28a.

Artikel 2:28h

Intrekken vergunning

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de vergunning in als niet langer wordt voldaan aan artikel 2:28b;

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken als:

    1. aannemelijk is dat een leidinggevende betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;

    2. een leidinggevende toestaat of gedoogd dat in de openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;

    3. zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;

    4. is gehandeld in strijd met het in deze afdeling bepaalde;

    5. een leidinggevende zich schuldig maakt aan discriminatie;

    6. de vergunninghouder in het artikel 2:28g bedoelde geval geen melding als bedoeld in dat artikel heeft gedaan.

    7. een vergunninghouder in een periode van twee jaar tenminste drie maal op grond van artikel 2:28g om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel tenminste driemaal heeft geweigerd op grond artikel 2:28g, vierde lid;

    8. een vergunninghouder daarom verzoekt.

Artikel 2:28i

Vervallen vergunning

Een vergunning vervalt, wanneer:

  1. sinds de verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  2. gedurende 6 maanden anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  3. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

Artikel 2:29

Sluitingstijden

  1. Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting verboden bezoekers in de openbare inrichting toe te laten tussen 01.00 uur en 02.00 uur (toelatingstijd).

  2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd).

  3. Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van een bij een inrichting behorend terras verboden op het terras dranken en/of etenswaren te verstrekken of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00 uur en 09.00 uur.

  4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van lid 1 t/m 3.

  5. Voor winkel ondersteunende horecabedrijven, niet zijnde winkels als bedoeld in de Winkeltijdenwet, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

  6. Openbare inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen zijn gesloten zijn na het verstrijken van de schenktijden als bedoeld in artikel 2:34b.

  7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de ontheffing of het vergunningsvoorschrift, als bedoeld in het derde lid, geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de openbare orde of de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  8. Het eerste en het vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

  9. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:31

Verboden gedragingen

  1. Het is verboden in een openbare inrichting:

    1. de orde te verstoren;

    2. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

    3. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras;

    4. in enigerlei vorm met of om geld te spelen.

  2. Het gestelde in het eerste lid onder d is geldt niet voor kansspelautomaten waarvoor op grond van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend door de burgemeester.

Artikel 2:32

Handel binnen openbare inrichtingen

  1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  2. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard 2018