1. De eigenaar, beheerder en/of de gebruiker van gronden is verplicht deze te zuiveren van de akkerdistel (Cirsium arvense), de akkermelkdistel (Sonchus arvensis), Ridderzuring (Rumex Obtusifolia), Jacobs Kruiskruid (Senecio Jacobaea), Grote brandnetel (Urtica dioica), Speerdistel (Cirsium vulgare) en Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens) voordat deze in bloei komen, indien als gevolg van de aanwezigheid hiervan op diens gronden, aan de omliggende gronden (met een maximale afstand 50 meter van de bron), die bij anderen in eigendom en/of gebruik zijn, schade of overlast wordt toegebracht of zou kunnen worden toegebracht.

  2. Indien naar het oordeel van het college, waarin de gronden zijn gelegen, de in het eerste lid van dit artikel opgelegde verplichting niet of niet behoorlijk wordt nagekomen, kan het college aan de eigenaar en/of beheerder en/of gebruiker van de betreffende gronden een lastgeving zenden om binnen de in de lastgeving opgenomen termijn, de betreffende gronden te zuiveren van de in het eerste lid genoemde distels.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet.