Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk 2014 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Artikel 5:2

Voertuigen van autobedrijf en dergelijke

  1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

    1. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen of

    2. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

    1. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden of

    2. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

  3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf van wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

    1. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

    2. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:3

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5:6

Kampeermiddelen en andere voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    1. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;

    2. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:7

Reclamevoertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8

Grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.

  4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

  5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.

  6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:9

Uitzichtbelemmerende voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:11

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.

  2. Dit verbod is niet van toepassing op:

    1. de weg;

    2. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;

    3. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:12

Overlast van fietsen of bromfietsen

  1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Artikel 5:14

Definitie

  1. in deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

  2. Onder venten wordt niet verstaan:

    1. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

    2. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet of artikel 5:22

    3. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Artikel 5:15

Ventverbod

  1. Het is verboden op het strand te venten.

  2. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid ,de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  3. Het is verboden te venten op zondagen en maandagen t/m zaterdag tussen 18.oo uur en 08.00 uur.

  4. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 5:16

Vrijheid van meningsuiting

  1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.

  2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden:

    1. Op door het college aangewezen openbare plaatsen; of

    2. Op door het college aangewezen dagen en uren.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:17

Definitie

  1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    1. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;

    2. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:18

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:

    1. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand of

    2. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met dwingende redenen van algemeen belang.

Artikel 5:19

Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5:20

Afbakingsbepalingen

  1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

  2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:22

Definitie

  1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen.

  2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan:

    1. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;

    2. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23

Organiseren van een snuffelmarkt

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

  3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

Artikel 5:24

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in het tweede lid, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.

  2. Het college kan in het belang van de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel in het belang van het aanzien van de gemeente nadere regels stellen voor het plaatsen, aanbrengen of hebben van een voorwerp op, in of boven openbaar water, niet zijnde een vaartuig. Het in het eerste lid bepaalde is dan niet van toepassing.

  3. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

  4. De verboden zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin voorzien wordt door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2016.

Artikel 5:25

Ligplaats vaartuigen

  1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

  2. Het college kan van het in lid 1 bepaalde ontheffing verlenen.

  3. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

    1. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

    2. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

  4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

  5. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  6. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Artikel 5.25a

Bouwen/verbouwen woonschepen

Het is verboden zonder ontheffing van het college:

  1. een woonschip te bouwen;

  2. een woonschip in hoogte, lengte of breedte uit te breiden;

  3. een woonschip in het water te hebben liggen, dat gemeten vanaf de waterlijn, meer dan 3 meter daarboven uitsteekt of aan een woonschip in de lengte of in de breedte een uitbouw te hebben.

Artikel 5:28

Beschadigen van waterstaatswerken

  1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:29

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30

Veiligheid op het water

  1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5:31

Overlast aan vaartuigen

  1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

  2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan eenopenbaar water, los te maken.

Artikel 5.31a

Verbod magneetvissen

Het is verboden om in de door het college aangewezen openbare wateren, met een magneet te vissen dan wel anderszins met een magneet de waterbodem af te zoeken naar voorwerpen.

Artikel 5:32

Crossterreinen

  1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

  2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

    3. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33

Beperking verkeer in natuurgebieden

  1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

  2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

    1. het voorkomen van overlast;

    2. de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

    3. de veiligheid van het publiek.

  3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:

    1. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

    2. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    3. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

    4. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    5. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

  4. Het verbod is niet van toepassing:

    1. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

    2. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.

    3. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten.

  5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3 van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:34a

Wensballonnen

Het is verboden wensballonnen, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, op te laten. Onder een wensballon wordt mede verstaan elk voorwerp dat door middel van open vuur opstijgt en zonder sturing wegdrijft.

Artikel 5:35

Definitie

In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36

Verboden plaatsen

  1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:

    1. verharde delen van de weg;

    2. het strand tussen paal 88.250 en paal 86.000 en de zee nabij de kust tussen deze palen.

  2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asvertrooiing plaatsvindt.

  3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37

Hinder of overlast

Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Artikel 5:38

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

strand: het recreatiegebied het Noordzeestrand met inbegrip van het onmiddellijk langs dit strand gelegen gedeelte van de zee, alsmede de Buitenwatering van het Rijnlands Uitwateringskanaal, met de aan weerszijden daarvan gelegen glooiingen (deze laatsten gerekend tot aan de duinvoet), hoofden en andere kustwerken;

zee: het gedeelte van de Noordzee tot de gemeentegrens, gemeten 1 kilometer loodrecht vanaf de laagwaterkustlijn in zeewaartse richting;

strandpaviljoen: een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 van deze verordening die op het strand gevestigd is;

zeilwagen: een voertuig op één of meer wielen en met één of meer zeilen, dat door de wind wordt voortbewogen.

Artikel 5:40

Vrijhouden strand voor redding en hulpverlening

Het is verboden zich op te houden en/of voorwerpen te plaatsen op de als zodanig afgebakende stroken strand ter hoogte van:

  1. de posten van de Katwijkse Reddings Brigade en

  2. andere strand op- en afgangen.

Artikel 5:41

Zwemmen in het Rijnlands Uitwateringskanaal

Het is verboden te zwemmen:

  1. in de Binnenwatering van het Rijnlands Uitwateringskanaal, en

  2. het Pr. Hendrikkanaal

  3. tijdens het spuien in de Buitenwatering van het Rijnlands Uitwateringskanaal.

Artikel 5:42

Gevaar of overlast in zee

Het is verboden in zee met een vaartuig te varen, enige vorm van watersport te bedrijven of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daarvan gevaar of overlast te duchten is.

Artikel 5:43

Varen in zee

  1. Het is verboden in zee met een vaartuig bestemd voor recreatieve doeleinden te varen bij:

    1. windkracht 6 of meer op de schaal van Beaufort;

    2. onweer;

    3. mistdampen op zee, waardoor het zicht vanuit de kust minder is dan 200 meter, en

    4. die plaatsen en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die door middel van een rode vlag of op andere wijze als zijnde gevaarlijk worden aangeduid.

  2. Het in lid 1, aanhef en onder a gestelde geldt niet voor (kite)surfplanken.

Artikel 5:44

Zich bevinden in zee

  1. Het is verboden zich in zee of in de Buitenwatering van het Rijnlands Uitwateringskanaal te bevinden:

    1. bij aflandige wind met een opblaasbare boot, een luchtbed of luchtkussen, een autoband of een ander voorwerp, bestemd of gebruikt om zich daarmee drijvende te houden;

    2. op die plaatsen en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die door middel van een rode vlag of op andere wijze als zijnde gevaarlijk zijn aangeduid, en

    3. gedurende de tijd dat op de politiestrandpost, op de posten van de Katwijkse Reddings Brigade of op andere plaatsen op of aan het strand een rode vlag is gehesen.

Artikel 5:45

Vaartuigen op het strand

  1. Het is verboden in de periode van 1 april tot 1 oktober een vaartuig te hebben op het strand of daarmee af te varen dan wel aan te landen. Dit verbod geldt niet voor het strandgedeelte voor de KRB/politiestrandpost ten zuiden van de Uitwatering tussen 18.00 en 11.00 uur.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Het in het eerste lid gesteld verbod is niet van toepassing op vaartuigen in gebruik bij de politie, de Katwijkse Reddings Brigade, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij of op het strand gevestigde watersportverenigingen.

  4. Het college kan in het belang van de (openbare) veiligheid nadere regels stellen aan het hebben van een vaartuig op het strand of het daarmee varen dan wel landen.

Artikel 5:46

Jetski’s en waterscooters

  1. Het is verboden een jetski of waterscooter op het strand te hebben, dan wel om daarmee vanaf het strand af te varen of aan te landen of zich daarmee in zee te begeven.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 5:47

Rijden met voertuigen op het strand

  1. Het is zonder vergunning van het college verboden te rijden over het strand met voertuigen dan wel deze aldaar te plaatsen of te laten staan.

  2. Het college kan een periode(n) aanwijzen waarin dit verbod op delen van het strand dan wel het gehele strand, al dan niet gedurende bepaalde tijden, niet geldt voor fietsen.

  3. Het is verboden op het strand een zeilwagen of een vergelijkbaar voertuig te hebben of daarmee op het strand te rijden in de periode van 1 april tot 1 oktober.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebezigd door de politie, de gemeente dan wel personen en/of bedrijven die in opdracht van de gemeente werkzaamheden verrichten, de Katwijkse Reddingsbrigade, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij en de strandexploitanten in de uitoefening van hun functie of bij hun werkzaamheden.

Artikel 5:48

Rij- of trekdieren op het strand

  1. Het is verboden in de periode van 1 april tot 1 oktober zich op het strand te begeven met een rij- of trekdier.

  2. Het college kan omstandigheden, plaatsen en tijden aanwijzen waarop het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op rij- of trekdieren die door de politie of de gemeente in de uitoefening van hun functie of bij hun werkzaamheden worden gebruikt dan wel indien artikel 5:49 van deze verordening van toepassing is.

Artikel 5:49

Verhuur rij- of trekdieren

Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan het strand rij- en trekdieren te verhuren of deze bestemd ter verhuring op het strand te laten staan of lopen.

Artikel 5.50

Voorwerpen op het strand

  1. Het is verboden om zonder vergunning van het college op het strand, strandstoelen, tafels, banken, tenten, cabines, kramen en andere voorwerpen te verhuren, te plaatsen of te hebben.

  2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor strandstoelen en andere voorwerpen die door de strandbezoekers als handbagage, uitsluitend voor eigen gebruik, worden meegebracht en worden geplaatst op een niet-verpacht strandgedeelte, dan wel op een verpacht c.q. in gebruik gegeven strandgedeelte met toestemming van de strandexploitant.

Artikel 5:51

Honden op het strand

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57 is het de eigenaar, houder of hoeder van een hond verboden deze gedurende de periode van 1 april tot 1 oktober mee te nemen op het strand.

  2. Het college kan omstandigheden, plaatsen en tijden aanwijzen waarop het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt.

Artikel 5:52

Vissen vanaf het strand

  1. Het is in de periode van 1 april tot 1 oktober verboden vanaf het strand te vissen.

  2. Het college kan ten aanzien van het vissen vanaf het strand:

    1. omstandigheden, plaatsen en tijden aanwijzen waarop het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt.

    2. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde en veiligheid en de bescherming van het milieu.

Artikel 5:53

Kampvuren en barbecues op het strand

Onverminderd het bepaalde in artikel 5:34 is het verboden op het strand een kampvuur of een barbecue te houden, dan wel op enige andere wijze een vuurtje te stoken.

Artikel 5:54

Strandvonderij

Het is verboden op het strand aangetroffen, kennelijk uit zee aangespoelde goederen naar een andere plaats te vervoeren dan naar het gemeentehuis​, waar de goederen ter beschikking dienen te worden gesteld van de strandvonderij.

Artikel 5:55

Vliegeren, kitesurfen en windsurfen

  1. Het is verboden in de periode van 1 april tot 1 oktober op het strand en in de duinen te vliegeren met vliegers, die door middel van twee of meer lijnen kunnen worden bestuurd.

  2. Het is verboden in de periode van 1 april tot 1 oktober op het strand een kite- en/of windsurfplank te hebben of zich hiermee in zee te begeven of hiermee aan te landen.

  3. Het college kan een of meerdere gebieden aanwijzen waarvoor de in het eerste lid en tweede lid genoemde verboden niet gelden.

  4. De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het in het eerste lid en tweede lid gestelde verbod

Artikel 5:56

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. gebied: het recreatiegebied van het Valkenburgse Meer zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart;

  2. openbare terreinen: alle voor het publiek, al dan niet met enige beperking toegankelijke terreinen liggende in het gebied, zoals aangegeven op de onder a genoemde kaart;

  3. openbare wateren: alle voor het publiek, al dan niet met enige beperking toegankelijke wateren, liggende in het gebied, zoals aangegeven op de onder a genoemde kaart;

  4. voertuigen: hetgeen artikel 1, lid 1 onder a van het Wegenverkeersreglement daaronder verstaat;

  5. kampeermiddelen: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

  6. vaartuigen: alle vaartuigen, waaronder mede begrepen:

    1. vlotten, pontons, luchtkussen vaartuigen en soortgelijke voorwerpen;

    2. een vaartuig, dat tijdelijk of blijvend de mogelijkheid en/of geschiktheid om te varen heeft verloren;

    3. een vaartuig, dat tijdelijk of blijvend zijn oorspronkelijke bestemming als vorenbedoeld heeft verloren;

    4. een vaartuig, dat in aanbouw is of niet is afgebouwd;

    5. de overblijfselen van een vaartuig.

Artikel 5:57

Aanleggen van vuren

Het is verboden op de openbare terreinen vuren aan te leggen en/of te onderhouden met uitzondering van koken, bakken, braden en grillen in daarvoor bestemde toestellen.

Artikel 5:58

Graven in gazon en oevers

Het is verboden op de openbare terreinen zonder daartoe bevoegd te zijn:

  1. putten of kuilen te graven in de gazons of de grasmat op een andere manier te verwijderen of te beschadigen;

  2. puin dan wel ander kunstmatig of natuurlijk gesteente te verwijderen van oevers of anderszins beschadigingen aan te brengen aan de oeververdedigingswerken.

Artikel 5:59

Vee, paarden en pony’s op openbare terreinen

  1. Het is verboden de openbare terreinen te doen betreden door vee, paarden of pony’s.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

Artikel 5:60

Modelsport

  1. Het is verboden op de openbare terreinen en openbare wateren de modelsport te beoefenen met mechanisch aangedreven vaar-, voer- of vliegtuigen.

  2. Het gestelde in het eerste lid geldt niet voor vaartuigen en voertuigen, die geen stank of geluidsoverlast veroorzaken en geen hinder voor de omgeving opleveren.

Artikel 5:61

Verbod metaaldetector

  1. Het is verboden in een daartoe door de burgemeester aangewezen gebied een metaaldetector of enig ander voorwerp, kennelijk bedoeld voor het opsporen van explosieven , wapens, munitie en dergelijke, te gebruiken of voor gebruik voorhanden te hebben.

  2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste gestelde verbod. De ontheffing kan worden geweigerd:

    1. in het belang van de openbare orde;

    2. in verband met de veiligheid van personen of goederen;

    3. ter bescherming van de woon- of leefomgeving.

  3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor politie, het Explosieven Opruimings Commando (EOC) van het Ministerie van Defensie, voor de door het EOC aangewezen bedrijven en voor zover in het daarin geregeld onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Beoordelingsrichtlijn Conventionele Explosieven (BRL-OCE).

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk 2014