[vervallen]
Algemene plaatselijke verordening Hoorn BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
- Artikel 2:1
- Artikel 2:3
- Artikel 2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:15
- Artikel 2:21
- Artikel 2:24
- Artikel 2:25
- Artikel 2:26
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34a
- Artikel 2:34b
- Artikel 2:34c
- Artikel 2:34d
- Artikel 2:34e
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40a
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:42a
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:65
- Artikel 2:65a
- Artikel 2:66
- Artikel 2:67
- Artikel 2:68
- Artikel 2:71
- Artikel 2:73
- Artikel 2:73a Carbid schieten
- Artikel 2:74
- Artikel 2:74a
- Artikel 2:75
- Artikel 2:76
- Artikel 2:77
- Artikel 2:78
Hoofdstuk Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Erfgoed
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 4:8
Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.
Artikel 4:9
Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen
De sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 4:13
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
Dit artikel is niet van toepassing wanneer de voorwerpen niet vanaf de weg zichtbaar zijn, in gevallen als bedoeld in artikel 5:6 en 5:8 en niet op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 4:17
Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder een kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel 5.1, eerste lid onder a. van de Omgevingswet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:18
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein die als zodanig in het omgevingsplan is opgenomen.
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste lid niet geldt.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
De gemeenteraad delegeert aan het college de bevoegdheid om regels te stellen in het belang van de bescherming van natuur en landschap en de bescherming van een stadgezicht.
Het eerste lid geldt niet voor zover het recreatief nachtverblijf ondergeschikt is aan het nachtvissen en dit geen overlast voor de (woon)omgeving oplevert.