1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8:

  3. weigert de burgemeester de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan;

  4. kan de burgemeester de vergunning weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

  5. kan de burgemeester de vergunning weigeren als de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  6. Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een ondergeschikte nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Van een nevenactiviteit is sprake indien onder andere minder dan 10% van de verkoopvloeroppervlakte wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten.

  7. Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in:

  8. zorginstellingen;

  9. scholen;

  10. bedrijfskantines of bedrijfsrestaurants;

  11. zorginstellingen;

  12. paracommerciële sportverenigingen;

  13. musea.

  14. Het college kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid, bescherming van het milieu en het woon- en leefklimaat nadere regels stellen omtrent de exploitatie van horecabedrijven.

  15. Het college kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid, bescherming van het woon- en leefklimaat nadere regels stellen omtrent een horecabedrijf in een winkel als ondergeschikte nevenactiviteit van de winkelactiviteit.