Algemene plaatselijke verordening Hillegom 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
AFDELING VOORKOMEN OF BESTRIJDEN VAN ONGEREGELDHEDEN
AFDELING BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN OPENBARE PLAATSEN
AFDELING EVENEMENTEN
AFDELING TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN EN TERRASSEN
AFDELING TOEZICHT OP BEDRIJFSMATIGE ACTIVITEITEN
AFDELING TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF
AFDELING TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN
AFDELING MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN OVERLAST, GEVAAR OF SCHADE
AFDELING BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN
AFDELING CONSUMENTENVUURWERK
AFDELING DRUGSOVERLAST
AFDELING BIJZONDERE BEVOEGDHEDEN VAN DE BURGEMEESTER
HOOFDSTUK REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
AFDELING UITOEFENEN SEKSBEDRIJF
AFDELING OVERIGE BEPALINGEN
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

AFDELING

HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN

Artikel 4:10

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. bebouwde kom: bebouwde kom zoals vastgesteld in het kader van artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.

  2. boom/boomvormers: een houtig opgaand en overblijvend levend gewas met een stamdiameter van minimaal 15 cm gemeten op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamdiameter van de dikste stam. Er geldt geen minimale stamdiameter indien het bomen zijn als bedoeld in artikelen 8, 9 en 10 van deze verordening.

  3. bomeneffect-analyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom.

  4. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

  5. compensatieplan: overzicht waarin is opgenomen de boomwaarde van alle bomen in het plangebied, het aantal en soort te kappen bomen in dat plangebied en het aantal en soort te plaatsen nieuwe houtopstanden en de boomwaarde daarvan als vervanging van de te kappen bomen.

  6. dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende houtopstanden.

  7. hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.

  8. herinrichtingsplan: een door het college goedgekeurd plan voor aanpassingen in de al dan niet openbare ruimte.

  9. herplant: het opnieuw of elders planten van een te verplanten boom en/of het vervangen van een gekapte boom door nieuwe.

  10. houtopstand: één of meer bomen, boomvormers, of andere houtachtigen.

  11. kandelaberen: het tot op de hoofdtakken snoeien van een boom.

  12. knotten: het afzagen van de kroon van een houtopstand.

  13. waardevolle Boom: boom die staat op de Waardevolle Bomenlijst en is aangeduid op de Waardevolle Bomenkaart.

  14. waardevol Boomvlak: door het college op de Waardevolle Bomenkaart aangewezen gebied.

  15. waardevolle Bomenkaart: kaart met daarop aangeduid de Waardevolle Bomen en de aangewezen Waardevolle Boomvlakken.

  16. vellen: betreft vellen, doen vellen of laten vellen. Dit is rooien, kappen, of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van voor de eerste keer kandelaberen of knotten. Het betreft tevens het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 4:11a

Waardevolle Bomen

  1. Het college stelt een Waardevolle Bomenlijst en een Waardevolle Bomenkaart vast.

  2. Op de Waardevolle Bomenlijst worden bomen geplaatst die voorkomen in het landelijke register van Monumentale bomen van de Bomenstichting, aangevuld met Waardevolle Bomen.

  3. De Waardevolle Bomenlijst omvat in ieder geval een goed herkenbare omschrijving, de locatie, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van iedere Waardevolle Boom.

  4. Het college kan de Waardevolle Bomenlijst maximaal één keer in de twee jaar herzien en opnieuw vaststellen. De Waardevolle Bomenlijst en de Waardevolle Bomenkaart corresponderen met elkaar.

  5. De Waardevolle Bomenlijst en de Waardevolle Bomenkaart corresponderen met elkaar.

  6. Bij discrepantie tussen de Waardevolle Bomenlijst en de Waardevolle Bomenkaart is de Waardevolle Bomenlijst leidend.

Artikel 4:11b

Kapverbod

  1. Het is verboden Waardevolle Bomen te vellen.

  2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen te vellen die

    1. staan op een Waardevol Boomvlak; of

    2. zijn aangeplant op grond van een herplantplicht.

  4. Het in het eerste en derde lid gestelde verbod geldt niet voor:

    1. bomen die moeten worden geveld krachtens een aanschrijving van het college;

    2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    3. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    4. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud;

    5. dunning van bomen;

    6. velling in het kader van een herinrichtingsplan;

    7. een houtopstand als bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid, van de Boswet.

  5. Het bevoegd gezag kan indien boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de ontheffing of omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

Artikel 4:11c

Criteria ontheffing en vergunning

  1. In afwijking van artikel 1:8 kan een ontheffing als bedoeld in artikel 4:11b, tweede lid, voor het vellen van een Waardevolle Boom, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, slechts worden verleend:

    1. indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of;

    2. indien sprake is van Waardevolle Boom in gemeentelijk eigendom, een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang van niet tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de Waardevolle Boom of;

    3. indien sprake is van een Waardevolle Boom in particulier eigendom, een algemeen maatschappelijk belang of zwaarwegend individueel belang van niet tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de Waardevolle Boom.

  2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning voor het vellen van een boom als bedoeld in artikel 4:11b, derde lid, worden geweigerd, indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de boom op basis van één of meer van de volgende waarden:

    1. de natuurwaarde van de boom;

    2. de landschappelijke waarde van de boom;

    3. de waarde van de boom voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de boom;

    5. de cultuurhistorische waarde van de boom;

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de boom.

Artikel 4:12

Aanvraag

  1. De ontheffing of vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd, door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te beschikken.

  2. Het bevoegd gezag kan bepalen dat een compensatieplan en een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project worden overgelegd.

  3. In geval van een bouwwerk of technische ingrepen in het terrein binnen de invloedssfeer van de boom kan het bevoegd gezag bepalen dat een Bomeneffect-analyse en een taxatierapport met boomwaarde van alle bomen staande binnen de invloedssfeer van de te vellen boom wordt overgelegd.

Artikel 4:12a

Beperking geldigheidsduur

  1. De ontheffing of vergunning tot vellen vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal drie jaar na het onherroepelijk worden ervan gebruik is gemaakt.

  2. Indien een ontheffing of vergunning het vellen van meer dan één boom betreft, is de omgevingsvergunning voor alle te vellen bomen slechts drie jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of meerdere bomen al geveld zijn.

Artikel 4:12b

Bijzondere voorschriften

  1. Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften, kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.

  2. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  3. Tot de aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften, kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de beschermde houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

  4. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste of het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 4:12c

Herplant-/instandhoudingsplicht

  1. Indien een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder ontheffing of vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  3. Indien een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de boom bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    1. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

    2. een Bomeneffect-analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.

  4. Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 4:12d

Schadevergoeding

Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een ontheffing of vergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de Boswet.

Artikel 4:12e

Afstand tot de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is voor houtopstanden die eigendom van de gemeente Hillegom zijn, vastgesteld voor bomen op 0,5 meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom en voor heggen en heesters nihil.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Hillegom 2024