1. Het is verboden Waardevolle Bomen te vellen.

  2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen te vellen die

    1. staan op een Waardevol Boomvlak; of

    2. zijn aangeplant op grond van een herplantplicht.

  4. Het in het eerste en derde lid gestelde verbod geldt niet voor:

    1. bomen die moeten worden geveld krachtens een aanschrijving van het college;

    2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    3. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    4. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud;

    5. dunning van bomen;

    6. velling in het kader van een herinrichtingsplan;

    7. een houtopstand als bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid, van de Boswet.

  5. Het bevoegd gezag kan indien boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de ontheffing of omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.