In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank;
horecabedrijf;
horecalocaliteit;
inrichting;
paracommerciële rechtspersoon;
sterke drank;
slijtersbedrijf;
zwak-alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank;
horecabedrijf;
horecalocaliteit;
inrichting;
paracommerciële rechtspersoon;
sterke drank;
slijtersbedrijf;
zwak-alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Bij het doen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet alsmede het verlof als bedoeld in artikel 2:34k van deze verordening kan om de volgende stukken worden gevraagd:
Het huishoudelijk regelement van de ondernemer
Een kopie van het bestuursregelement
De exacte afmetingen van de horecalokaliteit en eventueel de terrassen die daarbij horen.
Uit de afmetingen dient te blijken dat wordt voldaan aan de dan geldende inrichtingseisen.
Kopie gebruiksvergunning
Akoestisch rapport
Een opgave van de leeftijd van bezoekers waarop de inrichting zich richt
Een opgave van de frequentie van de in de inrichting gehouden bijeenkomsten van persoonlijke aard
Een tekening op schaal van 1:100 van de inrichting waarop de betreffende lokaliteiten zijn aangegeven (bijvoorbeeld een bouwtekening)
Ingevuld Bibob- formulier met relevante bijlagen
Per aanvraag zal worden bekeken of er aanvullende gegevens dienen te worden overlegd. De aanvrager zal, indien bij de aanvraag stukken ontbreken, een redelijk termijn, met een maximum van 6 weken krijgen om de aanvullende gegevens te overleggen.
Paracommerciële rechtspersonen worden onderverdeeld naar aard, te weten:
Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard;
Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sociale interactie;
Overige paracommerciële rechtspersonen.
Een paracommercieel rechtspersoon die zich richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard, is het alleen toegestaan om alcoholhoudende drank te verstrekken gedurende één uur voor, tijdens en tot één uur na de activiteit van de paracommerciële rechtspersoon, mits die activiteit behoort tot de statutaire doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon. Het is in ieder geval verboden alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende tijden:
Maandag tot en met vrijdag van 17.00 en tot 23.00 uur en;
Zaterdag en zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur.
Voor zover er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid verenigingsactiviteiten of wedstrijdactiviteiten plaatsvinden die eindigen tijdens het laatste uur vóór het verlopen of na afloop van de in dat lid genoemde schenktijden, is het deze paracommerciële rechtspersoon toegestaan, in aanvulling op de schenktijden genoemd in dat lid, alcoholhoudende drank te verstrekken tot één uur na beëindiging van deze activiteiten, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de sluitingstijd.
Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sociale interactie kunnen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de sluitingstijd.
Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de sluitingstijd.
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard.
Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten als bedoeld onder het eerste en tweede lid openlijk aan te prijzen.
Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Het is verboden sterk alcoholhoudende dranken te verstrekken in de onderstaande inrichtingen:
Een inrichting waarin, of in een onderdeel waarvan, uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren, zoals belegde broodjes, patates frites en kroketten worden verkocht;
Waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;
Die, of waarvan een onderdeel, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of jeugdinstellingen;
Die, of waarvan een onderdeel, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of sportinstellingen;
Die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf;
Die gelegen is op het strand, een kampeer- of caravanterrein.
Het is verboden in een horecalokaliteit als bedoeld in artikel 2:34a, bedrijfsmatig of anders dan om niet zwakalcoholhoudende drank te verstrekken gedurende de tijd dat deze inrichting wordt gebruikt ten behoeve van activiteiten, die geheel of in belangrijke mate gericht zijn op personen die de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt.
Het is verboden zonder verlof van het bevoegd gezag in een besloten ruimte bedrijfsmatig of anders dan om niet, al dan niet - mede - door middel van een automaat, alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse en elders dan ter plaatse te verstrekken.
Dit verbod geldt niet:
indien wordt gehandeld krachtens een vergunning ingevolge de Alcoholwet
indien deze verstrekking geschiedt als dienstverlening van bijkomstige aard aan
personen die in die besloten ruimte vertoeven anders dan voor het gebruiken van
consumpties;
voor legerplaatsen en aan het militair gezag onderworpen lokaliteiten;
voor middelen van vervoer tijdens hun gebruik als zodanig.
Het verlof geldt uitsluitend voor een of meer in het verlof vermelde lokaliteiten
Bij overlijden van een verlofhouder kan het verlofbedrijf door of namens één van zijn rechtsopvolgers worden voortgezet tot een maand na het overlijden of, indien binnen die termijn ter zake een nieuw verlof is aangevraagd, tot het tijdstip waarop op deze aanvraag onherroepelijk is beslist.
Voor het verkrijgen van een verlof moeten de in de aanvraag genoemde leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt en voldoen aan de eisen die bij of krachtens artikel 8, lid 2, aanhef en sub a en b van de wet, worden gesteld aan leidinggevende(n)
Het verlof wordt schriftelijk aangevraagd bij het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
Een verlof kan voorwaardelijk worden verleend; aan een verlof kunnen voorschriften worden verbonden.
Een verlof vervalt, indien de inrichting waarvoor het verlof geldt, sluit of overgaat in andere handen.
De Burgemeester weigert de aanvraag indien:
indien niet wordt voldaan aan de in artikel 2:43k onder 5 gestelde eisen;
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met de in de aanvraag vermelde toestand in overeenstemming zal zijn; indien aannemelijk is dat het woon-, leef- of winkelklimaat in negatieve zin beïnvloed zal worden door de activiteiten die plaatsvinden binnen de besloten ruimte;
indien aannemelijk is dat zich de in het artikel 2:34m bedoelde gevallen voordoen.
Een vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Het bevoegd gezag trekt het verlof in, indien:
niet langer wordt voldaan aan de in artikel 2:34k onder 5 gestelde eisen;
gedurende een jaar, anders dan wegens overmacht, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van het verlof;
indien het woon-, leef- en winkelklimaat in negatieve zin beïnvloed wordt door de activiteiten die plaatsvinden binnen de besloten ruimte;
zich in het betrokken horecalokaliteit feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van het verlof gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
een niet daarin genoemd persoon, anders dan ter opvolging van de daarin vermelde leidinggevende(n), leidinggevende is geworden in de desbetreffende horecalokaliteit.
het bevoegd gezag kan het verlof intrekken, indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 2:34k lid 3 gestelde voorschriften.
er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van voornoemde wet, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd
Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.
De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.