1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel 2:1, 2:10 A, 2:11, 2:12, 2:15, 2:16, 2:19, 2:22, 2:23, 2:25, 2:26, 2:28A, 2:29, 2:31, 2:32, 2:34e, 2:34f, 2:34g, 2:34h, 2:34i, 2:34j, 2:34k, 2:39, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:45, 2:46, 2:47, 2:47A, 2:47B, 2:48, 2:49, 2:50, 2:51, 2:52, 2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 2:60A, 2:61A, 2:65, 2:67, 2:68, 2:72, 2:73, 2:75, 2:77, 2:81, 2:82, 2:86, 2:87, 3:4, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 4:6, 4:7, 4:8, 4:13, 4:15, 4:18, 5:1, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12, 5:13, 5:15, 5:18, 5:19, 5:23, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37.

  2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:11 lid 1 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, 2:12 lid 1 en 2:12 A lid 1.