In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, niet zijnde een seksinrichting als bedoeld in artikel 3:1, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet dranken, rookwaren of spijzen voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Onder een inrichting wordt in ieder geval verstaan: een restaurant, café, waterpijp café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, kantine of clubhuis. Onder inrichting wordt tevens verstaan een hierbij behorend terras en andere aanhorigheden;

  2. terras: een buiten de besloten ruimte op of aan een openbare plaats in de open lucht liggend deel van de inrichting waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse kunnen worden verstrekt;

  3. barvrijwilliger: de op het gebied van sociale hygiëne gekwalificeerde persoon als bedoeld in de Alcoholwet.

  4. exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven;

  5. leidinggevende:

    1°. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft in een inrichting;

    2°. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een inrichting;

  6. paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon, als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Alcoholwet

  7. handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  8. Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:

    1. de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;

    2. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

    3. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.