-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
objecten die geplaatst worden door of namens de gemeente.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan de krachtens het vierde lid gestelde nadere regels:
Uitstallingen;
bouwobjecten;
plantenbakken en banken;
spandoeken;
reclameborden t.b.v. verkiezingen;
springkussens;
nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.
-
Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het derde lid.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
-
In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
-
Op de vergunningsaanvraag, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Inhoud
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.