1. Een aanvraag ter verkrijging van een vergunning ingevolge de Alcoholwet wordt beschouwd als een aanvraag voor een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2.

  2. In de gevallen waarin het in het eerste lid bepaalde niet voorziet, geldt dat voor het verkrijgen van een exploitatievergunning een schriftelijke aanvraag bij de burgemeester moet worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier.

  3. Bij een schriftelijke aanvraag als bedoeld in het tweede lid, moet voor iedere leidinggevende een recente verklaring omtrent het gedrag worden overgelegd. Van een recente verklaring is sprake wanneer de afgiftedatum uiterlijk drie maanden voor de datum van indiening van de aanvraag ligt.

  4. Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag tegelijk in behandeling genomen.