1. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde of veiligheid, een bevel geven aan degene die de openbare orde of veiligheid heeft verstoord, om zich gedurende een in dat bevel genoemd tijdvak niet te bevinden in het in dat bevel vermelde gebied. Het tijdvak bedraagt ten hoogste 12 weken.

  2. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een krachtens het eerste lid gegeven bevel.

  3. De burgemeester gaat niet over tot het verblijfsverbod conform lid 1 en 2 van dit artikel alvorens de raad vooraf ingelicht te hebben.

  4. Lid 3 van dit artikel is niet van toepassing indien er sprake is van spoedeisend karakter in het kader van handhaving van de openbare orde en veiligheid. In dit geval wordt de raad achteraf zo spoedig mogelijk door de burgemeester ingelicht.