1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    1. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

    2. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet fysiek aangelijnd;

    3. op een voor recreatief gebruik opengesteld gedeelte van de zeedijk, strand, of ander natuurterrein, speel- of ligweide, in water of op een ander voor recreatief gebruik bestemd terrein zonder dat die hond fysiek aangelijnd is;

    4. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

  4. Het verbod genoemd in het eerste lid onder c, geldt uitsluitend gedurende de periode van 15 mei tot en met 15 september tussen 10:00 en 19:00 uur.