1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:

    1. de politieambtenaren bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn toevertrouwd;

    2. de ambtenaren die krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn belast met het toezicht van de bij of krachtens die wet gegeven voorschriften;

    3. de ambtenaren die krachtens de Wegenverkeerswet 1994 zijn belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens die wet gegeven voorschriften;

    4. de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 3 van deze verordening, alsmede de politieambtenaren van de politie eenheid Oost-Brabant, die deel uitmaken van het Prostitutie Controle Team;

    5. de ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee, ieder voor zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn toevertrouwd.

  2. Verder zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.