1. Het is de rechthebbende op, de huurder of gebruiker van een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan van het in eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

  3. Een ontheffing als bedoeld in tweede lid wordt alleen verleend indien geen strijd ontstaat met de in artikel 3:7 van deze verordening genoemde belangen en enkel indien de sekswinkel gelegen is in het gebied genoemd in artikel 3:4 eerste lid onder a van deze verordening.