1. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde en op grond van artikel 1:3 van deze verordening daarin gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak voor zover daartegen niet reeds bij Wet, Algemene maatregel van bestuur of Provinciale verordening is voorzien.

  2. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.