1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen:

    1. De voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld;

    2. De ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend;

    3. De tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.

  2. Voor paracommerciële inrichtingen die sterke drank verstrekken blijft dit mogelijk tot 24 maanden na inwerkingtreding van deze verordening.

  3. Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht.

  4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Drank- en Horecaverordening 2009 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

  5. Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening 2009 wordt beslist met toepassing van deze verordening.