1. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand kan, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, door het bevoegd gezag worden verleend indien een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang of een zwaarwegend individueel belang opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand.

  2. De omgevingsvergunning voor vellen van een houtopstand kan tevens worden verleend indien:

    1. naar oordeel van een boomdeskundige de verwachte levensduur van de houtopstand minder is dan 5 jaar;

    2. instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of ernstige schade;

    3. sprake is van noodzakelijke maatregelen tot behoud van de houtopstand, die niet vallen onder regulier periodiek onderhoud.

  3. In afwijking van artikel 1:8 kan de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:11a worden geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van duurzaam behoud van de houtopstand. Het college toetst hierbij aan de Beleidsregels voor houtopstanden gemeente Eemsdelta.