Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2016 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Hoofdstuk
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon
Hoofdstuk
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op OPENBARE INRICHTINGEN

Artikel 2:27

Begripsbepalingen

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. openbare inrichting:

      1. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;

      2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid;

    2. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de openbare inrichting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.

  2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.

Artikel 2:28

Exploitatievergunning openbare inrichting

[Gereserveerd]

Artikel 2:29

Sluitingstijd

  1. Het is de exploitant verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in die openbare inrichting te laten verblijven tussen 01.00 en 06.00 uur, tenzij de exploitant met de gemeente het zogenaamde horecaconvenant heeft ondertekend, in welk geval dit verbod voor:

    1. een alcoholschenkende openbare inrichting geldt van vrijdag op zaterdag en van zondag op maandag tussen 02.00 en 06.00 uur en van zaterdag op zondag tussen 02.30 en 06.00 uur;

    2. een alcoholvrije openbare inrichting geldt van vrijdag op zaterdag en van zondag op maandag tussen 02.00 en 06.00 uur en van zaterdag op zondag tussen 03.00 en 06.00.

  2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is het de exploitant van een paracommercieel horecabedrijf als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet verboden dit voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers daarin te laten verblijven tussen 01.00 en 06.00 uur.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras.

  4. Het in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet Milieubeheer is voorzien.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

Artikel 2:31

C Nuloptie coffeeshops

Het is verboden om in een inrichting, niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en horecawet, bedrijfsmatig alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken, indien in die ruimte middelen vermeld in lijst I en II behorende bij de Opiumwet worden verstrekt.

Artikel 2:32

Handel binnen openbare inrichtingen

  1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  2. De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

Artikel 2:34

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Indien een openbare inrichting geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:29 tot en met 2:31.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2016