1. Overtreding van het bij of krachtens enig artikel van deze verordening bepaalde en op de grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10A, eerste lid, 2:11, eerste lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.