1. Het college stelt een Bomenlijst en een Bomenstructuurkaart vast waarop de monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.

  2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:

    1. de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenlijst of de Bomenstructuurkaart;

    2. houtopstanden te vellen of te doen vellen die geplant zijn in het kader van de herplantplicht als genoemd in artikel 4:12a.

  3. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  4. Het verbod geldt niet voor:

    1. houtopstand die dood is of waarbij uit een onafhankelijke controle, zoals een boomveiligheidscontrole, blijkt dat deze niet levensvatbaar is;

    2. het snoeien van houtopstand, als dat noodzakelijk is voor de instandhouding daarvan;

    3. het knotten of kandelaberen van reeds geknotte of gekandelaberde bomen;

    4. houtopstand die geheel of gedeeltelijk moet worden geveld op grond van de Plantgezondheidswet of vanwege een op grond van artikel 172, tweede lid, van de Gemeentewet of artikel 4, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s gegeven bevel.

  5. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  6. Een vergunning vervalt één jaar na het onherroepelijk worden daarvan, tenzij in de vergunning een andere termijn is opgenomen.

  7. Het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden.