1. Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als

    1. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of

    2. daardoor die ingang versperd wordt.

  2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden op de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats een fiets of bromfiets te plaatsen als daardoor de doorgang wordt belemmerd.