1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten aanzien van evenementen en voorschriften verbinden aan een evenementenvergunning.

  3. Geen vergunning is vereist voor een klein A-evenement als bedoeld in artikel 2:24, derde lid, onderdeel a, als de organisator ten minste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  4. Een vergunning voor een A-evenement niet zijnde een klein A-evenement moet minimaal 8 weken voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd.

  5. Een vergunning voor een B-evenement moet minimaal 14 weken voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd.

  6. Een vergunning voor een C-evenement moet minimaal 26 weken voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd.

  7. Bij het indienen van een melding, bedoeld in het derde lid en bij het indienen van een vergunningaanvraag, bedoeld in het eerste lid worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  8. De burgemeester kan naar aanleiding van de melding, bedoeld in het derde lid, binnen 15 werkdagen na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu.

  9. De burgemeester kan binnen 15 werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, besluiten een klein evenement te verbieden, als aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  10. Het is verboden om te handelen of na te laten in strijd met de nadere regels en voorschriften, zoals bedoeld in het tweede lid.

  11. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd wegens strijdigheid met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  12. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  13. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder g, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  14. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder g, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  15. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.