1. Aan een ontheffing ingevolge deze afdeling kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  2. Een ontheffing wordt in ieder geval geweigerd indien:

    1. de aanvrager niet beschikt over een rechtsgeldige Alcoholwetvergunning;

    2. de ontheffing in strijd is met het geldende bestemmingsplan;

    3. er vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

    4. er vrees bestaat voor nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat;

    5. de ontheffing zou leiden tot onevenredige concurrentie door een paracommerciële rechtspersoon ten opzichte van reguliere horeca.

  3. Een ingevolge deze paragraaf verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd, indien:

    1. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    3. op grond van veranderde wetgeving, omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

    4. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een redelijke termijn. Deze termijn bedraagt in ieder geval zes maanden;

    5. de ontheffing in strijd met een wettelijk voorschrift is verleend;

    6. indien de houder van de ontheffing hierom verzoekt.

  4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een ontheffingsaanvraag als bedoeld in deze paragraaf.