1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  2. Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 en 09.00 uur of op de door het college aangewezen openbare plaatsen.

  3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op:

    1. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van het Wegenverkeerswet 1994;

    2. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.

  5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.