Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden

Artikel 2:1

Samenscholing en ongeregeldheden

  1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

  2. Degene die op een openbare plaats:

    1. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

    2. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

    3. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

      is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.

  5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:3

Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

  1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  2. De kennisgeving bevat:

    1. naam en adres van degene die de betoging houdt;

    2. het doel van de betoging;

    3. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;

    4. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;

    5. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

    6. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

  3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

  4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

  5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:6

Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

  1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.

  2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

  3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.

  4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:8

Maken van filmopnamen

  1. Het is verboden zonder vergunning op een openbare plaats filmopnamen te maken.

  2. Geen vergunning voor het maken van filmopnamen is vereist als de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan het college en er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. de opnamen plaatsvinden tussen 08.00 uur en 22.00 uur;

    2. op de filmlocatie minder dan 35 personen aanwezig zijn en maximaal drie camera’s vanaf de schouder of op statief in gebruik zijn;

    3. geen objecten op de rijbaan of fietspad worden geplaatst;

    4. voetgangers niet worden gehinderd en maximaal zes attributen (elk maximaal 1m2, geen voertuigen) op het voor voetgangers bedoelde deel van de weg worden geplaatst;

    5. geen omleidingen of afzettingen worden geplaatst;

    6. maximaal vijf parkeerplaatsen worden gebruikt door auto’s en busjes die noodzakelijk zijn voor de opname en elk een normale parkeerplaats innemen;

    7. geen geweldsscènes of scènes met speciale effecten plaatsvinden;

    8. niet meer dan twee aaneengesloten dagen wordt gefilmd, met een maximum van acht dagen per kalenderjaar;

  3. Indien binnen vijf werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier door het college geen tegenbericht is verzonden, kunnen de filmopnamen - zoals gemeld - plaatsvinden.

  4. Het college kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten de filmopnamen te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of het woon- en leefklimaat in gevaar komt.

  5. Geen vergunning, noch een melding voor filmopnamen is vereist als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    1. de filmopname geen impact heeft op de openbare orde, ruimte en veiligheid en de gemeentelijke infrastructuur;

    2. de filmopname weinig tot geen overlast oplevert voor bewoners en ondernemers;

    3. de filmopname voldoet aan alle vereisten genoemd onder lid 2;

    4. op de filmlocatie maximaal tien personen aanwezig zijn en maximaal drie camera’s vanaf de schouder of op statief in gebruik zijn.

  6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op het eerste lid.

Artikel 2:9

Vertoningen op openbare plaatsen

  1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmvertoner of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.

  2. Het is verboden op andere dan krachtens het eerste lid aangewezen wegen of plaatsen zonder ontheffing van de burgemeester als straatartiest of straatmuzikant op te treden.

  3. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien:

    1. met ten hoogste zes personen wordt opgetreden;

    2. geen draaiorgels en geluidversterkende apparatuur worden gebruikt;

    3. het optreden niet langer duurt dan een half uur achtereen op dezelfde plaats en

    4. het optreden niet plaatsvindt tussen 23.00 en 09.00 uur.

  4. Onder dezelfde plaats als bedoeld in het derde lid onder c wordt verstaan iedere plaats die ligt op minder dan 100 meter afstand van een plaats die eerder die dag door de betreffende straatartiest of straatmuzikant is ingenomen.

  5. Onder straatartiest en straatmuzikant worden mede verstaan groepen straatartiesten en straatmuzikanten.

  6. De burgemeester kan op daartoe aangewezen wegen of plaatsen beperkingen stellen aan het aantal optredens van straatartiesten of straatmuzikanten of aan het aantal straatartiesten en straatmuzikanten dat gelijktijdig optreedt. Hij kan daarbij onderscheid maken naar categorieën straatartiesten en straatmuzikanten.

  7. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het zesde lid gegeven aanwijzing.

  8. Artikel 2.25 APV is van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2024