1. Het is verboden buiten een inrichting om in de openbare ruimte en de private buitenruimte, toestellen, technische installaties of muziekinstallaties in werking te hebben, waardoor voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt.

  2. Van geluidshinder, zoals bedoeld in lid 1, is sprake als het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT, hoger is dan 45 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 40 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 35 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.

  3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen en kan daarbij geluidsvoorschriften stellen die afwijken van de in lid 2 genoemde geluidsniveaus en/ of van de in lid 2 genoemde beoordelingspunten.

  4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

  5. In afwijking van de geluidsniveaus genoemd in lid 2, geldt voor installaties bedoeld voor warmte- of koude opwekking de geluidsnormen en meetvoorschriften zoals aangegeven in het Bouwbesluit 2012 (herziende uitgave) en de Regeling Bouwbesluit 2012.

  6. In afwijking van de geluidsniveaus die volgen uit lid 5, kan het college, voor bestaande installaties bedoeld voor warmte- op koude opwekking, andere geluidsnormen stellen en / of andere beoordelingspunten toekennen.