1. Het is verboden te venten op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen en uren.

  2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    1. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet;

    2. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

  3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren.