1. Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

  2. Het is in andere gevallen dan welke reeds zijn voorzien in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, verboden zich zonder noodzaak te bevinden binnen de afsluiting van een afgesloten brug of op het beweegbare gedeelte van een niet gesloten brug.